Welke kabels moet ik trekken voor mijn systemen?
Voor elektriciens die kabels willen voorzien voor onze systemen.
Alarm:
Alle alarmonderdelen moeten voorzien zijn van alarmkabel 4×0,22 + 2×0,75 (of meer/hoger).
Alle alarmonderdelen, dit zijn dus: bewegingsdetectoren, magneetcontacten, sirenes, klavieren, …
Alle onderdelen moeten in ster bekabeld zijn. Ieder onderdeel heeft zijn eigen kabel die naar de alarmcentrale loopt.
– Bobijn 500 meter
– Flex 100 meter
De alarmcentrale moet een eigen permanente stroomvoorziening hebben met zijn eigen 6 amp automatische zekering + een vaste internetaansluiting.
Camerabewaking
Iedere camera moet zijn eigen F/UTP CAT5 (of hoger) kabel hebben die naar het centrale opnamesysteem loopt.
De camera’s werken via PoE, er hoeft dus geen extra stroomvoorziening te zijn bij de camera’s.
– F/UTP CAT6 Bobijn 500 Meter
– Flex 100 meter
Gelieve geen CAT6A te gebruiken. Deze zijn te dik om waterdicht af te monteren.
Het centrale opnamesysteem heeft stroom + bekabeld internet nodig.
Rookdetectie
Rookdetectoren: Per verdieping één lus:
1x FR1 HFR2 2×1,5mm² kabel van de centrale naar de eerste detector van de lus.
Rode SVV 2×0,8mm² kabel tussen de rookdetectoren.
De kabel stopt bij de laatste rookdetector, en dan gaat er 1x FR1 HFR2 2×1,5mm² kabel terug naar de centrale
Handmelders: Bekabelen in lus. Er mogen meerdere lussen zijn.
Bekabeling op dezelfde manier als de rookdetectoren
Sirenes: Alle sirenes in het hele systeem mogen in één of meerdere lussen.
Per lus: Alles in FR1 HFR2 2×1,5mm² kabel
De kabel stopt bij de laatste sirene, en hoeft niet terug te komen naar de centrale
Centrale:
De centrale moet een permanente voeding hebben via zijn eigen automatische zekering van 6 amp.
Geen speciale kabel nodig. Gewone 3G2,5 is prima.
Rookluikbediening:
– Per rookluikmotor moet een rookluiksturing aanwezig zijn. Opgepast: Als één rookluik omhoog gaat met 2 motoren, dan zijn er ook 2 rookluiksturingen nodig!
– De rookluikbediening voor rookluiksturing en de rookluiksturingen zelf moeten een permanente voedingskabel met functiebehoud 3G2,5, 230V hebben, de 230v mag in ster en/of lus. Tussen de rookluikbediening en de sturing moet ook een FR1 HFR2 2×1,5mm² kabel zijn. Deze kabel gaat van de rookluikbediening naar alle sturingen in lus, en hoeft niet terug te komen naar de centrale.
– Er mogen meerdere rookluikgroepen gesplitst worden, zodat bepaalde rookluiken voor comfort geopend kunnen worden. Per groep is een aparte rookluikbediening nodig.
Herhaalbord:
1x FR1 HFR2 3x2x0,9mm² Bekabeling in lus. De kabel gaat na het laatste herhaalbord terug naar de centrale.
Toegangscontrole
Er zijn 2 methodes. Je kiest zelf wat bij dit gebouw de ideale methode is.
Methode 1:
Bij iedere deur komt dan een kleine centrale. Een CAT6 en 230v naar iedere deur brengen. Op deze centrale zijn dan aangesloten:
– CAT6 of lezerkabel voor de kaartlezer
– 2×0,75 voor de deuropener
– 2×0,75 voor de exit-knop
Methode 2:
Alle centrales komen centraal in de technische ruimte; Per deur trek je deze kabels naar de centrale,
– CAT6 of lezerkabel voor de kaartlezer
– 2×0,75 voor de deuropener
– 2×0,75 voor de exit-knop